Home.
History.
Memoires.
Equipment.
Drill.
Events, Hire & Film Work.
Gallery.
Contact Us.
Links.
Home.History.Memoires.Equipment.Drill.Events, Hire & Film Work.Gallery.Contact Us.Links.

A Dutch writer has put the contents of his 1977 publication on the internet, containing over 300 Napoleonic soldiers' letters. Amongst them are a good deal of letters of Flemish conscripts of the 45eme.

 

Go and see   http://www.di.unito.it/~bakel/jan/public_html/brieven/MilRegister.htm  and look for the 45eme de Ligne.

 

The first three letters have kindly been translated by Roland Beerten and are shown below. The English versions follow the Flemish versions. The fourth and subsequent letters have kindly been translated by Wilbert Bosch.

 

H 66 AARTRIJKE

Aen de wedewe pieter de Jonge tot Eerderijke Arondisiment van Brugge departement De La Lijs par Brugge

Kirits1 Dezen 8 november 1807

 

Seer Beminde Moeder

 

Naer uL: gegroet te hebben zoo Laet Jck uL: weten den staet van mijne gesondheijdt En hoepe En Betrouwe Dat uL: ook nog Jn den selven staet zijt En Jck Laete ul weten wat Aermoede Jck gehadt hebbe zedert dienen tijdt Dat Jck van huijs gekomen Ben Jck hebbe Acht maenden Lank Op het veld geslaepen door haegel sneeuw wijnd En waeter zoo uL: kan denken wat Jck al uijt gestaen hebbe En uL En moet niet verwondert zijn dat Jck Jn zoo Lange niet geschreven En hebbe de oorsaeke heef geweest dat Jck de ocagie2 niet En hadde gehad maer nuij3 Legge wij stil Jn pruijsen Land En men segt dat het vrede Js met alle de mogenteden En Jck hoepe En Betrouwe van nog Eens wederom te keeren als tgod Blieven zal En uL te vinden Jn volle geson(d)he(ijdt) En Jck versoeke uL: Dat Gij zoude willen de goetheijdt hebbe van voor mij Eene kleijne somme geldt af te zenden om mij wat te verkleden Tegen den kouden winter En Jck verwagte antworde zoo haest4 het mogelijck Js En Jck versoeke uL Dat gij zoude willen al de nieuwigheden schrijven die daer zijn de compelamenten van aen alle mijne susters En Broeders En alle mijne goede kennissen

 

Seer Beminden Moeder

 

uL: Dienaer En soone

En Jck Ben onder het 45 Regement Eerste Batlion 8 compagnie dinfantirie De Ligne Eerste coor5 de La grand armeije

AARTRIJKE

 

To the widow Pieter De Jonghe, Canton of Bruges, Department of the La Lijs, Bruges

 Kirits (north of Berlin)

 

the 8th November 1807

 

Dearly loved Mother

 

After having greeted you I now let you know about my health.  And I hope and trust that you are still in good health.   And I let you know what poverty I have had since I left home.  I have slept for eight months on the fields, in hail and snow and wind and water, so you can imagine what I have gone through.  And it should not be a surprise I have not written you for such a long time; the reason for that is that I have not had the chance, but now we are stationed in the land of Prussia, and it has been said there is now peace between the countries.  And so I hope and trust to return home  if God allows, and I hope I will find you in good health.  And I ask you if you would be so kind to send me a small sum of money so I can buy some clothes for the cold winter; I hope I get a reply from you soon.  And I would like to ask you to write me all the news from home; send my best wishes to all my sisters and brothers and all my good friends.

 

My dearly loved Mother,

your servant and son.

 

I am in the 45th Regiment, first Battalion, 8th Compagnie of the Infantery De Ligne, First corps of the Grand Army.

 

 

O 181 INGOOIGEM

 

Aen Mijnheer antonius verhest tot wonagtig tot goijgem canton van avelgem Dupartement Du la lijs a flander tot goijgem arronde: de Courtraij antonius verhest cito

Aanbach1 Den 22 septanber 1806

seer beminden vader

 

Den tegenwordigen2 dient om uL: laeten weten den staed van mijne gesontheid godlof het gaet met mij tegenwordig geel wel verhopende van uL. het zelve want het zoude mij groete pine Doen van anders te hoeren van uL persoen en van mijne moeder zusters en broeders en van geel onse famijlie en ik sijn gheel verwondert Dat gij mij geen antwoerde geschreven enhebt op mijnen brief Die ik uL. geschreven hebbe maer zijt soo goed mij cito antworde te senden zoo aest als mijnen brief ontfangen hebt zonder mankieren en als gij antworde geschreven hebt ik zal gelijk mijn certifijcaet afsenden en zijt soo goed van mij het niews te schriven dat op onse streke is en hoe dat het gaet met de jonheid3 en ik zijn nog te beter content ik nog van mijne kennisse gevonden en gij hebt De coppelmenten van pieter koene Die tot van houtens knaepe4 gewist heft en zijt soo goed van mijnen vaeder als gij naer sendenis5 gaet

 

jsenius verst tot ingoijgen

 

hier is mijn adres aen mijnheer jsenius verst Du 45 resement du pr(emier) batalion du 5 companije in garnisoen tot ansbach in het beirien6 lanD het eersste resement van de groete armeij

 

 INGOOIGEM

 

To Mr Antonius Verhest, living in the district of Gooigem and Avelgem, Department de la Lyijs, Flanders and the district of Gooigem, him of Kortrijk Antonius Verhest

 

Dearly loved Father

 

This letter is to let you know the state of my health; thank God it goes well with me these days and I hope the same goes for you; it would sadden me if I were to hear otherwise about yours and my mother, and sisters and brothers and the whole family.  I am very surprised you did not write me back after the letter I last sent you, please be so kind to reply as soon as you get this letter; when you have written back I will immediately send you my certificate.  Please be so kind as to write me the news from our area and how things are with the young people. I am very happy to have met some of my friends here Pieter Koene send you his regards, he was Van Houtens servant; [please be so good, my father, when you go to Sint Denijs]

 

Jsenius Verst from Ingooigem

 

Here is the address to Mr Jsenius Verst of the 45th Regiment of the 1st Battalion of the 5th Company in the garrison of Ansbach in the country of Beieren, the 1st regiment of the Great Army.

 

 

   

O 185 WAARMAARDE

 

A Monsieur Monsieur rogier De Smet Demeurant a warmarde Arondissement Du courtrai Departement Du La Lijs En flander

 

Sinte Maria dezen 22 April 1810

 

 

Beminde Vader ende Moeder Susters ende Broeder en geheel mijne Familie

Ik en kan niet nalaten van naer Ul. te schrijven en van Ul. te wenschen een geluk zaligen hoogtijd van Paeschen die aenstaende is en ook om ul. te laeten weten de staed van mijne gesontheijd jk ben het God lof noch en jk verope als dat gij lieden het zelve zijt Het is nu langen tijd dat ik niet geschreven en hebbe jk en hebbe geen ocasie1 gehad daerom versoeke als dat2 gijlieden zoude willen zoo goed zijn van sito antword te schrijven want jk ben in groot verlangen om te weten hoe het met ul. gesontheijd noch al gaet Jk hebbe vernomen uit den brief van Petrus van den Broeke van Kerckhove als dat het slegt gaat in Vlandre met de recruten Jk ben ook in groot verlangen om te weten hoe het met mijnen broeder Petrus gaet of hij gelot3 heeft ofte niet Het is ontrent twee jaer dat wij in Spaenden zijn wij en hebben bijna noch anders niet gedaen als geloopen en gevochten dag en nacht en wij liggen nu voor een stad die genaemt word Cadix die stad die staet ontrent een halve ure verre in het waetre en de zee4 En het is nu al ontrent twee maenden Dat wij voor Die zelve stad Liggen en wij konnen er nog wel vier maenden zijn Daer word Dagelijks geschoten met De canonen De engelsche Liggen 'er rond in het waetre met ontrent acht hondert volle orlog schepen endaer zijn schepen in waer 'er hondert stukken Cannon op staen en men zegt Dat men Den eersten van meij De stad gaet in Brande schieten als zij hun niet over en gheven en wij veropen van Die stad ook te winnen het is De zeste stad van spaenden als Die stad over5 is gheel spaenden is ovre en Dat6 het niet en waere van7 De engelsche wij zouden er haest8 in zijn maer wij zullen zij Doch met al hun schepen te gronde shieten en wegens van9 mandemak(er) Ambros Die is geblesseert geweest in De Bataille van tallevera10 an Die is van zijn Blessure gestorven en wegens van mes(eeuw) het is nu al ontrent twee jaer Dat jk hem niet gesien hebbe Die is voor zeker ook Dood en veele andre van Daer in het ronde

En zijt zoo goed van De compelmenten te Doen aen De weduwe van van stienbruge En aen Baptiste viaene als Dat zijnen soon ook noch in goede gesontheijd en sijt zoo goed van te schrijven om te weten hoe het met zijnen Broeder is of hij gelot3 heeft of niet en zijt zoo goed van te schrijven Bijtbiers tot huijs gekomen is ofte niet Die is ook geblesse(ert) geweest in zijn hand uL: genegenden Dienaer

Louis De Smet

 

Mijn adres is Louis De Smet Soldat au 45me regement 3me compagnie Du premiere Batallon premiere corp D' armee 2me Division au Camp a Sint maria En Espagnie11

  

WAARMAARDE

 

To Mr Rogier De Smet, living in Waarmaarde,  County of Kortrijk, Departement De Lijs in Flanders

 

Saint Mary the 22th April 1810

 

Dear Father and Mother, sisters and brother and the whole family,

 

I cannot leave it to write you and to wish you a happy high day of Easter, which is coming up.  And also to let you know the state of my health, I am thank god still healthy and I hope the same goes for you folks.  It has now been a long time I have not written you because I have not had the chance; therefore I would like to ask you to write me back soon because I am eager to hear how things are with your health.  I have heard from the letter from Petrus van den Broeke van Kerckhove it is not going well with the recruits in Flanders.  I am also very eager to know how my brother Petrus is doing, whether he has been chosen in the ballot or not.  We have been in Spain for about two years now and have almost done nothing else but running and fighting and now we are stationed outside a city named Cadix, the city is about half an hour away on the water and the sea.  And it has now been about two months we have been outside that same city and we may be here for another four months.  Daily there is cannon fire; the English are on the water with about eight hundred war ships and there are ships which have hundred cannons on them, and it is being said that the city will be set on fire on the first of May if they do not surrender.  We also hope to conquer that city, it is the 6th city of the Spaniards.  If this city surrenders the whole of Spain will surrender and if it not were for the English we would almost be there now but we will still shoot them down with all their ships.  Regarding basket maker Ambros he has been wounded in the Battle of Talavera and he has died from his wounds, and regarding Meseeuw it is now about two years since I have not seen him, he surely will have died as many others have all over.

 

Please be so kind to send my regards to the widow of Van Stienbrugge  and to Baptiste Viane and I hope his son is in good health still and be so kind to write me how things are with his brother, whether he has been drawn in the ballot, and please let me know if Bijtbiers has come home or not he has also been wounded in his hand.

 

Your loving servant, 

 

Louis De Smet

 

My address is Louis De Smet, soldier of the 45th regiment 3rd compagnie of the 1st batallion first corps of the army, 2nd division of the camp in Santa Maria in Spain

 

[in different handwriting on the other side: Reply sent 27th May 1810.]

 

 

The following letters have kindly been translated by Wilbert Bosch. Many thanks Wilbert.

 

N 13 HONDSCHOOTE

 

Aen monsieur monsieur piere Dhannoot cultavateur1 contonnement hontschote arrondisement De bergen de partement De noordt2 a hontschote sito

 

Desen 26 julius 1805

 

carolus martijn

 

zeer Lieve zusters

 

jk Laeten ul weten den staedt van mijne gezondtheijd tot nog toe mij En mij broeder joseph vorder3 jk hebben ul brief zeer wel ontfangen gedaetert van den 16 meije 1805 zoo Lieve susters jk Laeten ul weten als dat jk vertrocken zijn van het osnabruksche Landt naer verden4 jn hannoveren al waer wij gecampeert zijn Ende vele haermoede5 moeten Leijde slaepen jn het stroeij honder Een stuk Lindwaert6 die over ons gespannen js Ende ock van Eten En Drinken geheel sligt maer veropen dat het niet Lange En gaet deuren maer het js ontrent Drie maenden dat wij daer Liggen zoo dat jk verwondert zijn dat ul niet En schrijft naer mij dat jk verzoeken ul als gij nog schrijft dat gij de brieven die toe zallen comen naer mij te willen schrijven die jk wel van danke zal nemen, zoo vorders jk verzoeken ul mijne zuster als ul mijne brieven ontfangt dat ul zoude willen zoo goet zijn van de brieven niet open te trecken die daer jn zijn voor Een hander7 want jk hebben horen zeggen als jk brieven af senden voor tresia boluijt dat ul die open treckt maer Een hander mael8 zijt zoo goet van die brieven toe te Laeten gij zal mij grote pleijzier doen

 

Daer med(e) jk blijven ul oodt Broeder

 

carolus martijn  

 

En verzoeken met het alderspoedigsten weder schrift den staedt van ul gezondtheijd En de niewemaeren9 die jn vlaender zijn

 

En mijn adres js aen Carolus martijn fizelier 45 Rizement 1er battelion 2er companie camp verden jn hannoveren  

 

Aantekeningen  

 

Vergelijk brief 8 van dezelfde schrijver. 1 Cultivateur, landbouwer. 2 Du Nord. 3 Voorder, vervolgens, verder. 4 Verden, ten z.o. van Bremen. 5 Ontbering. 6 Lijnwaad, linnen; misschien wordt een tent bedoeld. 7 Iemand anders. 8 Een volgende keer. 9 De tijdingen, het nieuws.

 

 

To Mister Pierre Dhannoot, farmer at Hontschote, county De Bergen, Council De Noordt at Hontschote

 

Desen, 26th of July 1805

 

My dearest sisters,

 

With this letter I'd like to tell you mine and my brother Joseph's well-being up till now. I did receive you're letter dated 16th of May. I've left the Land of Osnabruck travelling to Verden, near Bremen, in the land of Hannover where we've put up camp. We suffer a lot of hardship, sleeping on straw underneath a flax cloth tensed above us and not a lot to eat or drink. Hopefully this won't last much longer. But it's 3 months now since we've been here and I'm a little bit surprised / disappointed that you've not send me any letters. Therefore I ask you to keep sending me letters. My sisters, I also ask you not to open letters that I've sent which are not addressed to you. I've been told that you've opened letters that I've addressed to Tresia Boluijt. Be so kind to hand them over to her. You would make me very happy if you do so.

 

Remaining your brave brother,

 

Carolus Martijn

 

Send me a return letter as quickly as you can so I'm informed about health and well-being.

 

My addres is Carolus artijn frizelier, 45th regiment 1st bataljon 2nd compagnie Camp Verder in Hannover.

 

  

N 14 LEISELE  

 

A moncieur moncieur J: Couwet a: La leijs de partement de la Lijs arrondiciment de Vurne conton de Veurne cito cito  

 

Weesel Desen 24 november 1806  

 

zeer beminden vader Ende moeder  

 

jck laet UL: weten als dat jck vertrokken zijn van luck1 En gearveert zijn tot weesel Desen zal dienen om UL: te te Laeten weten den stand van mijne gesontheijd als dat het noch geheel wel gaet En noch in goed leven zijn zoo daer is hier mijn certificat dat jck afcenden het welke uw grotelicks can te passe koomen zoo laet jck uw weeten als dat het geheel goetkoop Leven voor Een pinte bier 6 stuijvers voor Een pont swijnen vleesch 10 stuijvers gij kont wel dinken hoe dat met ons gaet jck zijn geheel content dat wij haest2 gaen vertrekken naer den Leeger om te vechten want dat En js maer twalf uren meer van daer En zoo verzoeke jck om hantwoorde zoo haest2 als het mogelick hier is mijn adres a: moncieur moncieur couwet soldaet dan La 45 regiment La 4 companie a weesel

 

UL: DW dienaer joannes carolus couwet 1806 + 3  

   

Dear father and mother,

 

Since I've left Liege town in (Belgium)and arrived in Weesel Desen I can tell you that I'm still in a good health, which I prove to you with this letter. Life here is reasonably cheap. One can buy a pint of beer for 6 stuivers (old Dutch currency) and a pound of pig meat for 10 stuivers. You probably ask yourself what is about to happen. I'm very happy that we soon will join the army and go into combat. It's only a 12 hour  journey by foot to get there. So send me your letters as quickly as you can.

 

My address is Moncieur  Couwet , Soldier in the 45th Regiment, 4th Compagnie, Weesel

 

Your servant Joannus Carolus Couwet  

 

 

  

ONBEKEND  

 

Jk schreven1 uijt stad Salmanca2 Dezen 24 febrijarius 1809  

 

Seer beminden Vader Ende Moeder Susters Ende broeders En geheel mijne familie  

 

Jk Laet uL weten als dat ik nog zijn in goedezondheijd en goede Contentement3 waer over Dat jk god Loven en danken al dagen dat hij mij bevried4 van alle ongelukken tot Dezer ure ijk laet uL weten als dat ik vertrocken zijn uijt het Camp van Joseph boorg5 den 17 augustus 1808 en wij zijn van pruijsen vertrocken naer frankerijk en wij zijn den 25 Septembre 1808 in de stad parijs geerveert6 en wij zijn van daer vertrocken naer stad badone7 dat is die leste stad van frankerijk dat wij hebben gehad en van daer zijn wij in het land van Spaeijen gekomen om de betaeilie8 te gaen maeken tegen den soone van den Coning van spaeijen En wij zijn den vierden van dixsembre 1808 geErveert aen de stad maederijk9 dat is die oogstad10 van Spaeijen en wij hebben daer Een Dag en alf vooren gelegen heerdatse11 die stad hebben overgeven En wij zijn den sesden dag in de oogstad gegaen en wij hebben daer vierthien dagen stelle gelegen12 en wij zijn van daer voorders opgemarseert achter den vijand zoo hebben wij al die spaeijshen tropen13 verslijgen14 maer t' is daerom nog geen vreede met den paeijhaert15 want al die boeren van spaeijen hebben meest al geweijer aenveert om te vuijchten16 voor hunne coning want wij hebben meest rooij17 met de brijgrans18 want zij setten19 al baechten20 de bergen en zij schijden21 slijns en reegts22 naer ons en zij maeken veele soldaeten Capot men is niet wijs dat23 men Een quart24 weijt gaat met vijf ofte ses mannen of men is dood esmijten25 van die bregrans want den Engelman viecht ook meijde26 met den spaeijaert want wij hebben ook geen rooij17 met den Engelsman om te verslaen maer wij hebben groote rooij met die brijgrans18 en wij zijn zoo voors gemarseert tot aen de stad Salmanca2 alwaer dat wij stelle l(e)ggen tot voorder order27 die stad Salmanca legt sesthien uren af ** deze kant portegal en wij hebben vijf maen(den) lang niet anders gedaen als gemarseert Jk hebt in het Land van Spaeijen vier bata(eij)lien28 helpen maeken jk hebt hijder ker29 uijt gekomen zonder gequest30 t' zijn

 

neiuws van de land streke van spaeijen het is Een warmer land streke het legt al in zijn geberten31 en op die bergen groeijen zoo* wijngaerden en fijgen en al zoorten van fruijt en op die legte32 lande groeijter schoone terwe en men vint weijnige peirdenbeesten in t' land maer ossen en Ezels vint men genogt en zij doen daer mede hun weerk en men vint oock geen coeijenbeesten de melk geven in t' land want zij houden veele geiten gelijk Eenen schap boer33 om melk t' hebben en de menschen gaen ook allijk34 gekl(ee)t van kleen tot groot geheel t' land deure want Spaeijen is Een land die geweldig Catholijck is daer zijnder binaer niet meer pater en geestelijken als ander menschen en zoo apdienen35 Cloosters als huijssen;

 

jk hebt van uL brief ontfangen op den 28 Janijarius 1809 waer uijt dat ik verstaen hebbe dat uL al t' gaeder in goede zondheijd was en geheel mijne familie en ook verstaen dat uL betrocken heeft geweest tot vieuren36 voor het trijbenael37 parforselijk38 om die verdeelinge van het goed en ook verstaen dat uL die herberge verpacht heeft den 2 septembre 1808 en ook verstaen dat dat uL uijt die herberge verhuijs is uL moet opschreven door wat oorzaeke dat uL verhuijs is en aen wie dat se uL verpacht heeft uL al t' gaeder neemt wel groote stoutelijk39 (voor) de goederen te verdeelen en die herberge te verpachten zonder mijn weijte40: waer over dat ik geheel mis Content41 zijn hoe wel dat ik soldaet zijn ik behooren wel de affeijrens42 te wete als uL al t' gaeder uL en vervoordert43 niet van Eenige zaken te doen van sterhuijs44 zonder mijn weijte ofte ander45 ik zal uL al gaeder wel vinden hoe wel dat jk soldaet ben en zoo weijd van uL zijn men vind ook menschen die konen schreven en die verstand hebben jk heeft Eenen brief geschreven naer uL op den 01 augustus 1808 met Een Serficat46 daer in en uL en heeft geen antwoode geschreven als47 den brief in uL handen geErveert is ofte niet en uL moet dat alles opschreven en alle nieuws dat er op de proche48 is, Seer beminden Vader Ende Moeder susters En broeders En geheel mijne familie  

 

Carolus Ls: Js: Jgodt

 

Dezen 24 febrijarius 1809  

 

Jk Jk schreven uijt die stad Salmanca in Spaeijen

45 reziment premier battiloen premier Compagnie 2 Division premier coor der meij49  

Aantekeningen 

 

1 Schrijf. 2 Sallamanca. 3 Tevredenheid; met goede schik. 4 Bevrijdt, vrijwaart. 5 Josephs-Berg bij Posnan. 6 Gearriveerd. 7 Bayonne. 8 Bataille, strijd. 9 Madrid. 10 Hoogstad, hoofdstad. 11 Voordat ze. 12 Stil gelegen, gerust. 13 Spaanse troepen. 14 Verslegen, verslagen. 15 Spanjaard. 16 Vechten. 17 Rooi, last. 18 Brigands, guerilla-strijders. 19 Zitten. 20 Achter. 21 Schieten. 22 Links en rechts: van alle kanten. 23 Als. 24 Een kwartier. 25 Gesmeten, geslagen. 26 Vecht ook mee. 27 Tot nader order. 28 Veldslagen. 29 Iedere keer. 30 Gekwetst, gewond. 31 Gebergten. 32 Lage. 33 Schaapherder. 34 Allen gelijk. 35 Abdijen. 36 Veurne. 37 Tribunaal, gerecht. 38 Par force, gedwongen. 39 Zeer gedurfd. 40 Wete, kennis. 41 Ontevreden. 42 Affaires, zaken. 43 Vervoordert niet: verstout u niet (De Bo). 44 Sterfhuis? 45 Anders. 46 Certificaat. 47 Of. 48 Parochie. dorp. 49 Corps d'armeé, legerkorps.

  

 

Unknown

 

Salamanca, February 24, 1809

 

Dear father, mother, sisters and brothers, and the rest of my family.

 

I want you to know that I'm still in a good health and feeling happy and I thank God that He has protected me from hurt up till now. On the 17th of August 1808 we left camp at Josephs-Bergs near Posnan and went from Germany to France and arrived in Paris on September 25th. From there we went to Bayonne which was the last town in France in which we camped. After that we arrived in Spain to fight the son of the King of Spain. The 4th of December 1808 we arrived in Madrid, the capital of Spain. For one and a half days we laid siege until they raised the white flag. The 6th day we went to Madrid and had a recovering period of 14 days. Then we marched behind enemy lines and beat the Spanish army.

 

Nevertheless, there is no peace yet because the Spanish peasants have guns and keep on fighting for their King. The ones that trouble us most are the Guerillas. They sit behind rocks and shoot left and right at us killing lots of soldiers. If you go out with 5 or 6 men for less than a quarter you'll be beaten to death by the Guerrillas because the English are fighting with the Spanish. We don't fear the English but we really fear the Guerrillas. This way we marched to Salamanca where we made camp until further order.

 

Salamanca is 16 hours by horseback from Portugal. For 5 months we did nothing but march and now in Spain I've been in 4 battles and every time got out without getting hurt.

 

Spain is warmer than it is at home. There are mountains where grapes, figs and all sorts of fruit are growing. In the lower areas real fine wheat is harvested. You'll find hardly any horses but there are lots of donkeys and oxen. They are used to work in the field. You won't find any cows either because the people are used to drinking goats milk. Just like a sheep farmer. From young till old people are dressed the same because Spain is a very religious country. They are all Catholic. There are as many priests as civilians just as there are as many monasteries as there are houses.

 

I've received your letter on the 28th of January 1809. I've understood the whole family is in a good health. I heard that you've been to court in Veuren for the division of the land and I've heard that you've leased out the inn since September 2 1808 and that you have had to move out as well. You have to write to me and tell me why you had to leave the inn and to whom you've leased it out. All in all I'm not too happy that all of this happened without me knowing anything. Although I'm serving in the army I still think I have to be involved. If you look for them you will find people who can help you write a letter. On August 1, 1808 I sent you a letter together with a Certificate. You've never confirmed whether this letter arrived. You really have to write about all the news happening in our parish, my beloved father, mother, sisters, brothers and the rest of my family.

February 24, 1809

I wrote this in the town of Salamanca in Spain.

45th Regiment, 1st Battalion, 1st Company, 2nd Division, 1st Army

Advancing into battle in 1815

Fighting Guerillas in Spain

ORIGINAL LETTERS FROM MEMBERS OF THE 45eme